NegatiefNegatiefNegatiefNegatiefNegatiefNegatief

 


Normale mamma met een vergroting van een normale ductus

Vergroting afbeelding »

    » Deze pagina afdrukken
    » Sitemap
    » Hosted by Netvlies

 


Anatomie van de mammae

De mammae liggen ter hoogte van costa 3 tot 7 (G) op de musculus pectoralis (F). Zij worden gefixeerd door de zogenaamde ligamenta suspensoria mammaria, ook wel de banden van Cooper genoemd. Deze collagene vezelbundels dienen om de positie van de mamma bij verschillende lichaamshoudingen zo weinig mogelijk te laten veranderen.

De mammae bestaan voornamelijk uit vetweefsel (E), subcutaan bindweefsel en voor een klein deel uit klierweefsel. Het klier- en bindweefsel worden samen ook wel het fibroglandulair weefsel genoemd. Het klierweefsel, ofwel het borstparenchym, bestaat uit zo’n 15 tot 20 trosvormige klieren, ook wel lobben genoemd. Elke lob is opgebouwd uit meerdere aftakkende lobules (B). Deze lobules bestaan weer uit een lobulaire ductus met daaraan meerdere ductules (A). Deze afvoergangen, en vertakkingen daarvan, zijn omringd door stevig bindweefsel. Aan de binnenzijde zijn ze bekleed met tweelagig epitheel. Aan de buitenkant is dit myo-epitheel. Dit heeft samentrekkende eigenschappen. Aan de luminale kant zit het cilindrisch epitheel, met uitscheidende eigenschappen. Een onderdeel van de mamma is de mammilla (D). Meestal ligt deze in het midden van de mamma. De mammilla wordt omgeven door de areola mamma, waarop de ducti met 15-20 porienvormige openingen uitmonden. Net onder de mammilla zijn de ducti verwijd tot 1 à 2 mm brede melkzakjes, de sinus lactiferi (C). Hierin wordt vlak na de zwangerschap melk opgeslagen voordat deze wordt uitgescheiden.

 

 

Home Anatomie Doel van de website Pathologie en beeldherkenning Pathologisch laboratoriumonderzoek Biopsiemethoden